Leve het bos

Foto: de meisjes van het 6de leerjaar VBS De Klimtoren, Jabbeke.

Voor de Week van het Bos hadden de scholen van Zedelgem en Jabbeke het Vloethemveld ontdekt. We kregen spiksplinternieuwe zoekkaarten en spiegeltjes ter beschikking. Paddenstoelentijd, je weet wel. Met collega’s gidsen verkende ik de interessante plekken om de verschillende facetten van het bos te illustreren. Met Obsidentify, een app van Natuurpunt, determineerden we een aantal paddenstoelen. Ook een prachtexemplaar Eekhoorntjesbrood kruiste ons pad. Twee dagen later liep ik nog eens het definitieve parcours af. De stopplaatsen zaten in mijn hoofd en de afstand hopelijk goed ingeschat. Het Eekhoorntjesbrood stond al niet meer langs het pad maar wellicht ergens op het menu.


Het wrong een beetje hoe ik het zou aanpakken: met of zonder hulpmiddelen en didactisch materiaal. Niet zolang geleden volgde ik tweemaal een bijzonder boeiende gidsbeurt met gidsen die ons op sleeptouw namen zonder hulpmiddelen. Ik was onder de indruk en besliste; ik ga op pad met de leerlingen: niets in de handen, niets in de mouwen. De kinderen het bos laten ervaren, dat wilde ik doen. De school loslaten en vertellen, bomen en de werking van het bos leren kennen, de bijzondere functie van paddenstoelen in dat ecosysteem, vragen stellen en van gedachten wisselen. Met de donkere dagen in het verschiet was er voor hen nog tijd genoeg om van alles verder te verkennen en uit te pluizen op het internet, maar in het bos zouden we buiten en in het bos zijn. Heerlijk.


Bij de start van de eerste gidstoer liep een jongen dicht naast me en vroeg: ”Wat moet ik doen als ik hier een groot wild dier tegenkom?” “Dat zullen we dan wel zien,” had ik haast achteloos geantwoord. Achteraf gezien leek het er op dat hij het meende.


We zouden bomen in het echt leren herkennen aan de blaren en de schors, een boomstam verrollen en kriebelbeestjes over de handen laten lopen, sporen van reeën zoeken, de dikte van een boom schatten en die dan omarmend meten (een rolmeter ter controle had ik niet toevallig op zak.) En paddenstoelen bekijken, uiteraard.


Bijna uit het niets vroeg een meisje: ”Kris, hoeveel procent van de mensen denk je dat ze bijdragen tot de klimaatverandering?” Die kwam binnen. Ik dacht diep na en vroeg 200m bedenktijd en zocht een antwoord die rekening hield met de realiteit en hoopvol en begrijpelijk was. Samengevat kwam ik tot volgende bedenking: we zijn met steeds meer mensen op aarde, een wereldbol die we niet groter kunnen maken. Met zijn allen moeten we verstandige keuzes maken bij het gebruik van energie en andere grondstoffen. Het zal nodig zijn dat alle mensen nog meer solidair met elkaar omgaan, dan is de kans groter dat we tot goede oplossingen komen en goed kunnen leven. Niemand de schuld geven en samen de handen aan de ploeg slaan, daar gaat het over. Benieuwd welke studies sommige van die jonge gastjes later doen.


Een al even verrassende vraag liet niet op zich wachten: “Wat vind jij het meest speciale aan dit bos?” Ook hier vroeg ik bedenktijd tot aan de volgende stop 50m verder. De leerlingen ontdekten de aanduidingen op de bomen die de boswachter aanbracht voor een dunning. Dat gaf me de kans om aan te tonen hoe men tewerk gaat om een productiebos te laten evolueren naar een boeiend, gemengd en robuust bos waar op een duurzame manier het hout gewonnen wordt die we nodig hebben.


Aan de poort van het vroegere munitiedepot ligt het voor de hand om de evolutie te schetsen van het gebied dat voor de mensen van een oninteressante, veel te natte plek evolueerde tot wat het nu is. Ook het onroerend erfgoed, de gebouwen en het spoor, van het munitiedepot en het krijgsgevangenenkamp kwamen even ter sprake. Bij het vertrek naar een volgende stop riep een jongen achteraan het groepje: ‘Mijnheer, wacht eens even… Die sporen, zijn die nog de echte van toen?’ Ik beaamde. ‘Dan wil ik die even aanraken’. Die jongen keerde achterwaarts op zijn stappen terug, ging door zijn knieën in hurkzit, raakte een spoorstaaf aan en sloot weer aan bij de groep. Hij dankte voor het begrip.


Aan het einde van de wandeling vormden de kinderen met takjes ‘leve het bos’ op het wegdek. Als ze ermee klaar waren, scandeerden ze – nog niet moe maar tevreden – in koor: ‘LEVE HET BOS’.

 

Kris D’hondt