Marcel De Cleene, De Historia Naturalis, geschiedenis van de kruidengeneeskunde

De titel van deze lijvige kruidengids van 603 bladzijden is een lichte aanpassing van de titel van de encyclopedie, Historia naturalis, van Plinius de Oudere (23-79). Deze militair en wetenschapper kwam om bij de uitbarsting van de Vesuvius, een gebeurtenis die je kan lezen of al gelezen hebt in een boeiende brief geschreven door zijn neef Plinius de Jongere.Elk kruid opent met een prachtige plantenaquarel uit negentiende-eeuwse kruidenboeken.


Na de uiterst boeiende etymologische verklaring van de wetenschappelijke benaming in het Latijn, Nederlands, Frans, Duits en Engels van de 103 kruiden, overloopt de auteur aan de hand van kruidenwerken van de oudheid tot nu de geneeskrachtige werking ervan zoals die vastgesteld is door de eeuwen heen. Naast Plinius passeren o.a. het Cruydeboek (1554) van Rembert Dodoens en het Kruydtboeck (1581) van Lobelius de revue.

 

Zelf wat dokter spelen aan de hand van al deze informatie is af te raden, want niet alle toepassingen zijn nog zinvol of aan te bevelen. Gedurende twee eeuwen is er nogal wat ‘voortschrijdend inzicht’ geweest.

Ook de volksgeneeskunde, de hedendaagse kruidengeneeskunde en het gebruik in de keuken komen aan bod.

 

Je kan alleen maar ontzag opbrengen voor het monnikenwerk van deze auteur, die hoogleraar was in de plantenkunde aan de Universiteit van Gent. Een schitterend naslagwerk dat veel kijk-en leesplezier oplevert voor amper 49,50€.

 

Als je nog energie over houdt na deze lectuur, is nog een ander boek van Marcel De Cleene aan te bevelen: ‘De Naturalis historia. Vergeten toepassingen van planten’.

 

Dirk Franchoo