Roxane Van Iperen. ‘t Hooge Nest

Het boek vertelt het verhaal van twee Amsterdamse Joodse zussen, Lien (1912-1988) en Janny (1916-2003) Brilleslijper.

 

Met familie, vrienden en verzetslui leven ze ondergedoken vanaf juli 1942 in ‘t Hooge Nest, een ruime vakantiewoning gelegen in een bos- en heidegebied in Naarden.
Hun benarde situatie belet niet dat ze al vanaf 1941 heel actief zijn in het verzet: ze zorgen voor vervalste paspoorten, verspreiden voedselbonnen en verzetskranten.

 

In juli 1944 worden ze verraden en opgepakt door Nederlandse collaborateurs die jacht maken op Joden tegen het tarief van 15 gulden per persoon.

Vanuit Westerbork waar ze Margot en Anne Frank ontmoeten, komen de zussen eerst terecht in Auschwitz en daarna in de hel van Bergen-Belsen. Ondanks de onmenselijke levensomstandigheden, overleven ze de kampen en na de oorlog worden ze herenigd met hun man en kinderen.

 

Het verhaal wordt verteld door Roxane Van Iperen, die na aankoop van het huis in 2012 op schuilplaatsen en verzetskrantjes stoot en op zoek gaat naar de geschiedenis van de bewoners tijdens de oorlog.

 

Het boek raakt door het inlevingsvermogen van de auteur, die de situatie van de Joden heel tastbaar maakt. Je voelt voortdurend de ondraaglijke angst die in die Joodse gemeenschap leeft. Stel je maar eens voor dat je bij je arrestatie de boedelbeschrijving van je woning moet ondertekenen en daarna afgevoerd wordt niet wetende of je het zal overleven. Of de waanzin en paniek in het hoofd van de ouders over het lot van hun kinderen.

 

Aangrijpend zijn de hoofdstukken waarin we van heel nabij de dag beleven waarop ze gearresteerd worden, de gewelddadige ondervraging van Janny in de gevangenis door Willy Lages, de SS-Sturmbannführer, en de gewaagde ontsnapping van Eberhard Rebling (1911 – 2008), de man van Lien, uit een politiewagen.

 

Van de 160.820 geregistreerde Joden in Nederland worden er 107.000 weggevoerd (75%). In België worden 25.627 Joden (30% van de Joodse bevolking) vanuit de Dossinkazerne naar de concentratiekampen overgebracht.

 

En het onrecht maalt verder na de oorlog. Velen van de 5 000 Nederlandse Joden die het overleven, stellen bij hun terugkeer vast dat ze geen recht meer hebben op hun woning.

Een beperkt aantal Duitse hoofdrolspelers en Nederlandse collaborateurs zijn na de oorlog terechtgesteld of hebben een zware gevangenisstraf gekregen, maar de meesten zijn er ondanks hun onvoorstelbare misdaden heel licht vanaf gekomen of zelfs nooit gestraft.

 

Dirk Franchoo